In het kader van het ICOM-project staan de volgende persoonlijkheidstrekken centraal:

  • zelfstandigheid (Vlaamse Hogescholenraad, 2000; Meyer-Lee & Evans, 2007; Stitsworth, 1989, Hadis, 2005a, Yu et al., 2008)
  • sociale en communicatieve vaardigheden (Departement Onderwijs en Vorming, 2011, Vlaamse Hogescholenraad, 2000, Meyer-Lee & Evans, 2007, Bender, Wright, & Lopatto, 2009)
  • zelfvertrouwen (Meyer-Lee & Evans, 2007; Stronkhorst, 2005; Niemantsverdriet et al., 2004, Yu et al., 2008)
  • flexibiliteit (VLHORA, 2000)
  • openheid (Stronkhorst, 2005; zie ook Departement Onderwijs en Vorming, 2011)
  • creativiteit (Maddux & Galinsky, 2009; Tadmor, Galinsky, & Maddux, 2012)
  • duidelijk toekomstbeeld (Hadis, 2005b; Yu et al., 2008; Niemantsverdriet et al., 2004)
  • emotionele stabiliteit (Stronkhorst, 2005; Departement Onderwijs en Vorming, 2011).

Deze eigenschappen zijn bevraagd door een in het kader van het project opgestelde vragenlijst van 36 vragen. Daarbij peilden steeds vier vragen naar dezelfde eigenschap. Deze vier vragen werden verspreid over de vragenlijst aangeboden, op zo’n wijze dat vragen naar eenzelfde construct niet na elkaar kwamen. Van deze vier vragen werd het gemiddelde genomen als beste indicator voor het onderliggende construct.

Twee voorbeelden van een vraag naar zelfstandigheid zijn:

  • Ik ben een zelfstandig persoon
  • Ik durf op mijn werk/stage zelfstandig beslissingen te nemen.

Twee voorbeelden van een vraag naar openheid zijn:

  • Ik sta open voor meningen van anderen, ook al verschillen deze van die van mij
  • Ik ben niet zo geïnteresseerd in andere manieren van leven (omgekeerd gescoord)

De originele vragenlijst is op te vragen door een mail te sturen naar een van de leden van de projectgroep.