De beschreven instrumenten werden aan de start van het academiejaar afgenomen bij 1072 studenten. Hier volgen de belangrijkste bevindingen van deze meting:

Kanditaat-uitwisselingsstudenten hebben in het verleden meer internationale ervaringen opgedaan dan de studenten die zeggen thuis te zullen blijven (χ² (7, N = 1072) = 48.24, p < .001). Dat blijkt uit deze tabel.

Op het gebied van persoonlijke groei bleken kandidaat-uitwisselingsstudenten en thuisblijvers significant van elkaar te verschillen. Kandidaat-uitwisselingsstudenten scoorden hoger op zelfstandigheid, sociale en communicatieve vaardigheden, zelfvertrouwen, emotionele stabiliteit, flexibiliteit en openheid. Wat creativiteit betreft, verschillen beide groepen niet van elkaar.

Hoewel ook de duidelijkheid van het toekomstbeeld significant verschilt tussen beide groepen studenten (t(1070) = 3.73, p < .001, r = .11), scoren de kandidaat-uitwisselings-studenten hierop lager dan de thuisblijvers. Degenen die op uitwisseling gaan, zijn nog dus iets minder zeker over hun toekomst.

Ook op het gebied van internationale betrokkenheid zijn er significante verschillen tussen de kandidaat-uitwisselingsstudenten en de thuisblijvers. Kandidaat-uitwisselingsstudenten voelen zich gemiddeld beter geïnformeerd over internationale onderwerpen dan thuisblijvers, zij geven vaker aan zich wereldburger of Europeaan te vinden, vormen en uiten vaker een mening over internationale vraag-stukken, scoren hoger op duurzame consumptie en zijn vaker lid, gelddonor of vrijwilliger voor maatschappelijke betrokken organisaties.

Ook in de zelfinschaling voor de beheersing van het engels bleken significante verschillen tussen beide studentengroepen. De kandidaat-uitiwsselingsstudenten schalen zich hoger in voor lezen, spreken (productie en interactie) en schrijven.

Er bleken geen significante verschillen tussen beide studentengroepen voor interculturele competentie.

Uit bovenstaande blijkt dat internationale competenties niet alleen door internationale ervaringen worden ontwikkeld, maar dat er ook een zelfselectie optreedt: internationaal competentere studenten stellen zich eerder kandidaat om op uitwisseling te gaan.

Een verklaring voor dit verschil in profiel kan liggen in de mate van internationale ervaring in het verleden. Kandidaat-uitwisselingsstudenten hebben in het verleden meer internationale ervaring te hebben opgedaan.

Een andere verklaring voor de gevonden verschillen in profiel zou kunnen liggen in de screening en de selectie die internationaliseringsmedewerkers uitvoeren bij het selecteren van kandidaten voor een internationale ervaring.

Deze verklaring wijst op een ‘matteüseffect’, waarbij studenten die vooraf al hoger scoren op bepaalde internationale competenties geselecteerd worden voor buitenlandervaringen zodat zij hun internationale competenties nog verder kunnen ontwikkelen.

Voor meer informatie over de startmeting, zie het artikel onderaan deze pagina.


Artikel resultaten startmeting
pdf 1106ENGLISH VERSION Politeia.pdf (23/10/2014 17:36 ♦ 664 kB)