Kennis van vreemde talen vormt een vanzelfsprekend luik van leereffecten van internationalisering in een hogeronderwijscontext. Die vanzelfsprekendheid blijkt ook uit talrijke beleids- en onderzoeksdocumenten op Vlaams en Europees niveau enerzijds en academische literatuur omtrent de doelen en effecten van internationalisering. In overeenstemming met de visie van CIMIC zien wij vreemde-taalvaardigheid en interculturele competentie als twee van elkaar onderscheiden domeinen (1). Door taal te onderscheiden als een apart domein binnen de internationale competenties willen wij het belang van (vreemde taalvaardigheid) in hoger onderwijscurricula benadrukken, niet in het minst in opleidingen waar vreemde taalvaardigheid geen centraal opleidingsonderdeel is.

Uit de literatuurstudie van deze internationale competentie leren we dat dit een complex competentieveld is. Niet alleen komen de vier taalvaardigheden aan bod, maar ook taalstrategieën, cognities, leerstijlen en opvattingen over taal en taalleren. We hebben besloten om in het kader van dit project het Europees Referentiekader van Vreemde Talen (2) te hanteren als uitgangspunt: onze richtliljn voor hoger onderwijs is niveau B2 voor de vier vaardigheden en we verrijken dit met hetzelfde niveau voor taalstrategieën.

Binnen dit ICOM-project operationaliseren we het veld 'taalvaardigheid' als volgt:

een tekst schrijven in een andere taal De student drukt zich schriftelijk in minstens één andere taal dan zijn moedertaal uit, op zo'n wijze dat hij een duidelijke, gedetailleerde tekst kan produceren over een breed scala van onderwerpen gerelateerd aan zijn studiegebied.
een vreemde taal spreken De student begrijpt een langer betoog en lezingen, gesproken in minstens één andere taal dan zijn moedertaal en gerelateerd aan zijn studiegebied, en kan er de belangrijkste gedachtegangen van weergeven.
gesproken tekst in een vreemde taal kunnen begrijpen De student begrijpt een langer betoog en lezingen, gesproken in minstens één andere taal dan zijn moedertaal en gerelateerd aan zijn studiegebied, en kan er de belangrijkste gedachtegangen van weergeven.
een tekst geschreven in een andere taal begrijpen De student begrijpt teksten geschreven in minstens één andere taal dan zijn moedertaal en gerelateerd aan zijn studiegebied en kan er de belangrijkste gedachtegangen van weer te geven.
taalstrategieën hanteren

De student kan standaarduitdrukkingen gebruiken om zijn beurt om te spreken te behouden, een gesprek over een vertrouwd onderwerp gaande helpen houden, doorgaans gebreken in zijn woordenschat en zinstructuur opvangen door omschrijvingen te gebruiken en doorgaans fouten en vergissingen rechtzetten.

Een onderbouwde analyse van het ICOM-veld 'taalvaardigheid' vindt u in het Handboek Internationalisering van Flanders Knowledge Area.

_____________________________________________________________________________

(1) De Graef, G., Matheusen, F., Simons, J., Krols, Y., De Troy, D., Minne, G., & Bastiaens, J. (2011). Theoretisch kader. Intercultureel handelingskader: een benadering vanuit CIMIC. In J. Simons (Red.). Handboek interculturele competentie (pp. 10). Brussel: Politeia.

(2) Council of Europe - Language Policy Unit. (2001). Common European Framework of Reference for Languages: Learning, Teaching, Assessment.